Tekentherapie 1

tekenen

Een cliënt had al zijn hele leven problemen met grote mannen. Hij voelde zich dan klein en angstig worden en durfde eigenlijk niets meer te zeggen. Het leverde iedere keer als hij zo’n persoon ontmoette zo’n interne strijd bij hem op. Naderhand bleef hij daar lang over piekeren en veroordeelde hij zichzelf.

Tijdens een sessie tekentherapie zijn we via een meditatie teruggegaan naar de eerste keer dat hij dit had ervaren. Het was bij een leraar toen hij nog een kleine jongen was. Een voorval heeft zo’n grote impact gehad dat het hem bleef achtervolgen. Toen hij die situatie ging tekenen, stond daar een kleine jongen met een hele grote boze leraar, je zou er echt bang van worden. Dat hij nu al lang een volwassen man is, doet daar niets aan af. Dat gevoel had destijds zo’n impact, dat het in zijn lichaam was opgeslagen – als hij een man van zo’n postuur nu tegenkomt, komt die herinnering weer boven en automatisch ook de reactie van vroeger. Hij voelde zich weer klein en machteloos.

Het bijzondere aan tekentherapie is dat we naar de situatie van toen kunnen kijken en daar iets mee kunnen doen met de vaardigheden en kennis in het hier en nu.
We gingen kijken hoe we deze kleine jongen konden helpen om zich niet klein en angstig te voelen. Wat had hij nodig? Mijn cliënt wilde zich als kleine jongen veilig voelen, hij wilde zich ook groot en sterk voelen – zodat hij zich niet zo machteloos zou voelen. En eigenlijk ook wel iets terug kunnen doen – het zou al heel anders voelen, als dat al mogelijk zou zijn.
Mijn cliënt gaf de kleine jongen in de tekenen een schild van een ridder om zich te beschermen. Zo kon hij de woorden van de leraar naar hem terugkaatsten. Daardoor voelde hij zich al een stuk veiliger. Hij gaf zichzelf ook grote spierballen om zich sterk te voelen. Maar hij wilde ook nog iets kunnen zeggen of schreeuwen als het nodig was, daarom gaf hij de jongen een megafoon – dan kon hij tenminste even hard praten als de leraar. Mijn cliënt keek tevreden naar de kleine jongen, dit voelde al zo anders!

Tot slot doen we nog lichaamswerk of een kleine opstelling. Zo kun je ervaren hoe het is om op de plek van de kleine jongen te staan. En hoe het voelt om een schild te hebben en ook nog spierballen en een megafoon. De uitdrukking van de man was ontroerend. Hij voelde zich veel beter en was zo trots op zichzelf. En de leraar, die schrok zich een hoedje.

Toen we bij de afsluiting te tekening opnieuw bekeken, was er al veel verschoven voor mijn cliënt. Een extra inzicht was dat hij zich kan weren en die kleine jongen in hem, zelf kan helpen.